Langdurig ziek worden of arbeidsongeschikt raken is een van de grootste financiële risico's die mensen lopen — en tegelijk een van de minst begrepen. De overheid regelt een vangnet, maar de inkomensterugval kan fors zijn. Dit artikel legt stap voor stap uit hoe het stelsel werkt, met concrete rekenvoorbeelden van wat het daadwerkelijk betekent voor je portemonnee.
Dit artikel bespreekt de hoofdlijnen van het sociale zekerheidsstelsel vanuit financieel perspectief. De rekenvoorbeelden zijn illustratief en vereenvoudigd. De werkelijke uitkering hangt af van je persoonlijke situatie, dagloon, arbeidsverleden en de beoordeling door het UWV. Raadpleeg het UWV of een arbeidsrechtspecialist voor je specifieke situatie.
Het Nederlandse stelsel bij ziekte en arbeidsongeschiktheid is opgebouwd in fasen. Elke fase heeft andere regels, andere bedragen en andere verantwoordelijkheden. Hier is de grote lijn:
Als werknemer in loondienst heb je bij ziekte recht op twee jaar loondoorbetaling door je werkgever. De wettelijke minimumeis is 70% van je loon per jaar, maar veel cao's of arbeidscontracten regelen meer — bijvoorbeeld 100% in het eerste jaar en 70% in het tweede jaar.
Naast de loondoorbetaling geldt er een re-integratieverplichting: zowel jij als je werkgever zijn verplicht actief te werken aan je herstel en terugkeer naar werk. Doe je dat niet, dan kan de werkgever je loon stopzetten en kan het UWV een sanctie opleggen.
Gaat je werkgever failliet terwijl je ziek bent? Dan neemt het UWV de loondoorbetalingsplicht over via de zogeheten loongarantieregeling. Je valt dan onder de Ziektewet.
De Ziektewet (ZW) is niet voor gewone werknemers in vaste dienst — die vallen onder de loondoorbetalingsplicht van de werkgever. De Ziektewet is een vangnet voor mensen zonder werkgever die de loondoorbetaling regelt:
De Ziektewet-uitkering bedraagt 70% van het dagloon, met een maximum dagloon als plafond. De uitkering duurt maximaal 104 weken (twee jaar), waarna een WIA-keuring volgt.
Als zelfstandige (zzp'er) heb je geen recht op loondoorbetaling of Ziektewet. Bij ziekte stopt je inkomen direct. Dit maakt een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen niet een luxe maar een noodzaak. Lees meer op de pagina verzekeringen en in ons blogartikel over de Wet BAZ en de verplichte AOV voor zelfstandigen.
Na twee jaar ziekte beoordeelt het UWV of je arbeidsongeschikt bent en voor welk percentage. Dit heet de WIA-keuring (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen). Het UWV kijkt naar wat je nog kunt verdienen — niet naar wat je voorheen verdiende of wat er aan de hand is.
Het UWV berekent je verlies aan verdiencapaciteit: het verschil tussen wat je vóór je ziekte kon verdienen (het maatmaninkomen) en wat je nu nog kunt verdienen in functies die passen bij je resterende mogelijkheden. Dat percentage bepaalt welke WIA-regeling van toepassing is.
| Arbeidsongeschiktheid | Regeling | Wat betekent het? |
|---|---|---|
| Minder dan 35% | Geen WIA | Je valt buiten de WIA. Geen uitkering — je werkgever mag je ontslaan of je moet zelf aan het werk. |
| 35% – 80% | WGA | Gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Je krijgt een uitkering, maar de hoogte hangt sterk af van wat je nog verdient. |
| 80% – 100% (niet duurzaam) | WGA 80-100 | Grotendeels arbeidsongeschikt maar mogelijk nog herstel. Lagere uitkering dan IVA. |
| 80% – 100% (duurzaam) | IVA | Volledig en blijvend arbeidsongeschikt. Hogere uitkering, meer zekerheid. |
De WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) is de meest complexe WIA-regeling. Er zijn twee fasen:
De eerste fase duurt afhankelijk van je arbeidsverleden — minimaal 3 maanden, maximaal 24 maanden. De uitkering bedraagt 70% van het verschil tussen je oude dagloon en wat je nu nog kunt verdienen. Hoe langer je arbeidsverleden, hoe langer deze fase duurt.
Na de loongerelateerde fase volgt de vervolguitkering. Die is een percentage van het minimumloon — niet van je oude loon. De hoogte hangt af van je arbeidsongeschiktheidspercentage. Dit is het moment waarop de inkomensterugval voor veel mensen pas echt pijnlijk wordt.
De overgang van fase 1 naar fase 2 is financieel een groot kantelpunt. Wie in fase 1 nog redelijk kon leven, merkt in fase 2 dat de uitkering fors lager is — tenzij hij of zij aanvullend heeft verzekerd.
Hieronder drie concrete voorbeelden. We gebruiken steeds dezelfde persoon als uitgangspunt: een werknemer van 42 jaar met een bruto maandsalaris van €3.500 (= ca. €2.500 netto). Het dagloon is het bruto jaarloon gedeeld door 261 werkdagen.
* Alle bedragen zijn bruto en indicatief. De werkelijke uitkering hangt af van het exacte dagloon, arbeidsverleden en actuele WML. Raadpleeg het UWV voor je persoonlijke situatie.
Situatie: Jan werkt als projectleider, bruto €3.500/maand. Na twee jaar ziekte stelt het UWV vast dat hij nog 65% kan verdienen van zijn oude inkomen. Verlies aan verdiencapaciteit: 35%. Dat is onder de WIA-drempel van 35%.
Jan is niet in staat zijn oude functie volledig uit te voeren, maar het UWV vindt dat hij genoeg kan werken om buiten de WIA te vallen. Zijn werkgever mag hem ontslaan. Jan moet zelf een andere baan vinden die past bij zijn restcapaciteit — en die baan betaalt mogelijk minder dan zijn oude salaris. Er is geen overheidsuitkering als buffer. Een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering had dit gat kunnen opvangen.
Situatie: Sandra werkt als verpleegkundige, bruto €3.500/maand. Na twee jaar ziekte (burn-out met lichamelijke klachten) stelt het UWV vast dat ze nog 50% kan werken. Ze heeft recht op WGA. Ze vindt een parttime baan voor 20 uur per week, maar verdient daarmee slechts €1.400 bruto per maand — onder de resterende verdiencapaciteit die het UWV heeft vastgesteld.
In fase 2 daalt het inkomen van Sandra fors. Ze is er maandelijks €1.450 bruto op achteruitgegaan ten opzichte van haar oude salaris. Netto scheelt dat al snel €900–€1.000 per maand. Een aanvullende AOV had dit gat kunnen dichten.
Situatie: dezelfde Sandra, maar nu lukt het haar om via freelancewerk €2.000 bruto per maand te verdienen — boven de door het UWV vastgestelde restcapaciteit van €1.750.
Wie boven de restcapaciteit verdient, ziet de WGA-uitkering volledig worden gekort. Je ontvangt dan feitelijk geen uitkering meer. Toch is het inkomensverlies ten opzichte van het oude salaris nog steeds €1.500 per maand. Meer verdienen helpt, maar lost het probleem niet volledig op.
Situatie: Marc, bruto €3.500/maand, raakt door een herseninfarct voor 90% arbeidsongeschikt. Het UWV beoordeelt of dit duurzaam is.
De IVA geeft meer zekerheid dan de WGA — 75% van het dagloon, levenslang. Maar ook hier is er een structureel inkomensverlies van bijna €900 bruto per maand. Voor Marc met een hypotheek en een gezin kan dit grote gevolgen hebben. Een aanvullende verzekering had het verschil kunnen maken.
Of je nu 35%, 50% of 80% arbeidsongeschikt bent — in alle gevallen is er een structureel inkomensgat ten opzichte van je oude salaris. Hoe groter de arbeidsongeschiktheid en hoe langer die duurt, hoe groter het gat. En hoe meer je verdiende boven het minimumloon, hoe harder de klap — omdat de uitkeringen zijn begrensd aan het maximum dagloon en de vervolguitkering gekoppeld is aan het minimumloon. Een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering is voor zowel werknemers als zelfstandigen de manier om dit gat te dichten.
De IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) is de regeling voor mensen die voor 80–100% arbeidsongeschikt zijn én waarbij herstel niet of nauwelijks te verwachten is. De IVA geeft 75% van het (gemaximeerde) dagloon, levenslang totdat de AOW-leeftijd is bereikt.
De IVA is stabieler dan de WGA: er is geen vervolguitkering op minimumloonniveau, en de uitkering stopt niet als je iets gaat verdienen. Wie toch wat kan werken naast de IVA, mag dat — de IVA wordt dan niet direct gekort, maar er gelden wel inkomensregels.
Naast de WIA bestaan er nog drie oudere of aparte regelingen:
De WAO gold voor mensen die vóór 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden. Zij vallen nog steeds onder de WAO en niet onder de WIA. Nieuwe gevallen vallen altijd onder de WIA.
De WAZ gold voor zelfstandigen, maar is per 1 augustus 2004 afgeschaft. Zelfstandigen die daarna arbeidsongeschikt worden, hebben geen publieke arbeidsongeschiktheidsverzekering meer. Zij zijn volledig aangewezen op een private AOV.
De Wajong is bedoeld voor mensen die al arbeidsongeschikt waren vóór hun 18e verjaardag of tijdens hun studie. De Wajong geeft een uitkering en ondersteuning bij het vinden van werk. Uitvoering is in handen van het UWV.
Naast de uitkeringsregelingen zijn er twee zorgwetten die relevant zijn bij langdurige ziekte of beperking:
De Wlz is voor mensen die 24 uur per dag zorg of toezicht nodig hebben — denk aan mensen met zware lichamelijke of verstandelijke beperkingen, dementie of ernstige psychiatrische aandoeningen. De Wlz regelt verblijf in een zorginstelling of intensieve thuiszorg. Er geldt een eigen bijdrage op basis van inkomen en vermogen. De Wlz wordt uitgevoerd door zorgkantoren.
De WMO regelt ondersteuning voor mensen die thuis wonen maar hulp nodig hebben bij dagelijkse activiteiten — zoals huishoudelijke hulp, een rolstoel, woningaanpassingen of dagbesteding. De WMO wordt uitgevoerd door gemeenten. Er geldt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. De WMO vult het gat op tussen de reguliere zorgverzekering en de Wlz.
Het sociale stelsel bij ziekte en arbeidsongeschiktheid is uitgebreider dan in veel andere landen — maar het is geen garantie voor inkomensbehoud. De rekenvoorbeelden laten zien dat de inkomensterugval bij arbeidsongeschiktheid fors kan zijn, zeker in de WGA-vervolgfase en zeker voor mensen met een inkomen boven het minimumloon.
Voor werknemers is een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering via de werkgever of privé een verstandige overweging. Voor zelfstandigen is een AOV geen luxe maar een basisvoorziening — zeker nu de Wet BAZ een verplichte verzekering introduceert. Wil je weten hoe jouw situatie eruit ziet en wat er nog ontbreekt?
Met De Vermogensvergelijker® breng je de gevolgen van arbeidsongeschiktheid inzichtelijk voor je financiële positie — zodat je ziet wat de overheid regelt en wat je zelf moet aanvullen.
Start gratis met De Vermogensvergelijker®Wil je meer weten over arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor werknemers of zelfstandigen? Plan hieronder gerust een gratis gesprek van 15 minuten.
Plan een gratis gesprek