Iedereen die in Nederland woont of werkt betaalt inkomstenbelasting. Maar hoe wordt die belasting berekend? Wat zijn de boxen? Wanneer krijg je een aanslag? En wat kun je aftrekken? Dit artikel legt het stap voor stap uit.
Inkomstenbelasting is de belasting die je betaalt over je inkomen en vermogen. In Nederland is dat geregeld in de Wet inkomstenbelasting 2001. Elke Nederlander die inkomen heeft — uit werk, uit een bedrijf, uit een woning, of uit spaargeld — valt hieronder.
Inkomstenbelasting betaal je niet over je brutoloon. Je betaalt het over je belastbaar inkomen — en dat is na aftrekposten, heffingskortingen en andere correcties. Het verschil tussen bruto en netto is dan ook groter dan de meeste mensen denken. In onze kennisbank leggen we het verschil tussen bruto en netto inkomen apart uit.
Nederland werkt met een boxenstelsel. Elk type inkomen valt in een aparte box, met een eigen tarief. Er zijn drie boxen:
Dit is de belangrijkste box voor de meeste mensen. Hier valt je loon, uitkering, winst uit onderneming en het eigenwoningforfait (een fictief inkomen over de waarde van je eigen woning). Aftrekposten zoals de hypotheekrenteaftrek verlagen je belastbaar inkomen in box 1.
Deze box geldt voor mensen die minimaal 5% van de aandelen in een BV bezitten. Dividend en winst bij verkoop worden in box 2 belast. Dit is relevant als je een eigen BV hebt. Lees meer in ons artikel over ondernemen en BV-structuren.
Hier valt je vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en andere bezittingen boven het heffingsvrij vermogen. Box 3 is de afgelopen jaren flink in beweging geweest door de Wet rechtsherstel box 3. Er geldt een heffingsvrij vermogen (in 2026: €57.684 per persoon, €115.368 voor fiscale partners). Boven dat bedrag betaal je belasting over een fictief rendement.
Voor 2026 gelden de volgende tarieven in box 1:
| Schijf | Inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| Schijf 1 | Tot €38.441 | 35,82% |
| Schijf 2 | €38.441 – €76.817 | 37,48% |
| Schijf 3 | Boven €76.817 | 49,50% |
* Voor AOW-gerechtigden gelden aangepaste tarieven in schijf 1 en 2, omdat zij geen AOW-premie betalen.
Box 2 kent in 2026 twee tarieven: 24,5% over de eerste €67.804 en 31% daarboven. Box 3 kent een tarief van 36% over het fictieve rendement.
Aftrekposten verlagen je belastbaar inkomen. Hoe hoger je inkomen, hoe meer voordeel een aftrekpost oplevert — maar er gelden maximumtarieven voor sommige aftrekken. De belangrijkste aftrekposten in box 1:
Naast aftrekposten zijn er heffingskortingen: kortingen die direct van de te betalen belasting afgaan. De twee belangrijkste zijn de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Deze verminderen je belastingrekening aanzienlijk.
Als je in loondienst werkt, houdt je werkgever elke maand loonbelasting in op je loon. Die loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting — het is geen aparte belasting. Aan het einde van het jaar doe je aangifte inkomstenbelasting. Daarin worden alle inkomstenbronnen en aftrekposten verrekend. Het resultaat is of je belasting terugkrijgt, of dat je moet bijbetalen.
Lees meer in het kennisbankartikel Loonbelasting: wat houdt je werkgever in en waarom?
De Belastingdienst kan je in de loop van het jaar een voorlopige aanslag sturen. Dit is een schatting van wat je moet betalen — of terugkrijgt — gebaseerd op je vorige aangifte of een schatting. Zo voorkom je dat je aan het einde van het jaar een grote rekening krijgt.
Na afloop van het belastingjaar doe je aangifte. Op basis daarvan stuurt de Belastingdienst een definitieve aanslag. De definitieve aanslag verrekent alle inkomsten, aftrekposten en al betaalde loonbelasting. Is er te veel betaald? Dan krijg je terug. Is er te weinig betaald? Dan betaal je bij.
Elke aanslag heeft een aanslagnummer. Dit nummer bestaat uit je burgerservicenummer (BSN), het belastingjaar, een lettercode (H = inkomstenbelasting) en een volgnummer. Zo kun je altijd traceren welke aanslag bij welk jaar hoort en of de voorlopige aanslag is verrekend met de definitieve. Bewaar je aanslagen altijd — ze zijn nodig bij bezwaar, aanvraag van toeslagen en soms bij hypotheekaanvraag.
Lees meer in het kennisbankartikel Voorlopige aanslag, definitieve aanslag en de koppeling daartussen.
Je belastbaar inkomen (het toetsingsinkomen) bepaalt ook of je recht hebt op toeslagen: huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget. Een hogere aftrekpost kan je toetsingsinkomen verlagen, waardoor je meer toeslag ontvangt. Dit is een effect dat veel mensen niet kennen — maar dat bij de juiste aangifte een verschil van honderden euro's per jaar kan maken.
Inkomstenbelasting is niet iets wat je gewoon accepteert — het is iets wat je kunt begrijpen en optimaliseren. Door de juiste aftrekposten te benutten, je toeslagen goed in te schatten en je aangifte tijdig en correct te doen, kun je jaarlijks honderden tot duizenden euro's verschil maken.
Dit is precies waarom De Vermogensvergelijker® bruto én netto inkomen registreert: zodat je ziet wat je daadwerkelijk overhoudt na belastingen en toeslagen — en niet stuurt op een brutobedrag dat je nooit op je rekening ziet.
Met De Vermogensvergelijker® breng je de gevolgen van belastingheffing inzichtelijk voor je dagelijkse leven.
Start gratis met De Vermogensvergelijker®Elk jaar organiseren wij online bijeenkomsten voor hulp bij de aangifte Inkomstenbelasting. Volg deze pagina of onze socials voor meer informatie. Wil je meer weten over de fiscale gevolgen van hypotheek, lijfrente of pensioen? Plan hieronder gerust een gratis gesprek.
Plan een gratis gesprek