Met pensioen gaan is geen datum — het is een financieel vraagstuk dat je jaren van tevoren moet aanpakken. Hoeveel heb je opgebouwd? Wat heb je nodig om van te leven? Wil je eerder stoppen dan de AOW-leeftijd? En wat betekent de Wet toekomst pensioenen voor jouw situatie? Dit artikel legt het stap voor stap uit.
Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers die samen jouw pensioeninkomen bepalen. De meeste mensen kennen de AOW — maar vergeten de andere twee of overschatten wat die opleveren.
Het basispensioen van de overheid. Voor iedereen die in Nederland woont of werkt. In 2026 is de AOW-leeftijd 67 jaar. De AOW-uitkering bedraagt ca. €1.415 netto per maand voor een alleenstaande en ca. €966 per persoon bij een stel. Dit is een bodem — voor de meeste mensen onvoldoende om hun gewone levensstandaard te handhaven. Lees meer in het artikel over de AOW en ANW.
Het aanvullende pensioen dat je via je werkgever opbouwt bij een pensioenfonds of verzekeraar. Dit is de pijler die het meeste verschilt per persoon — afhankelijk van je sector, werkgever en het aantal jaren dat je hebt deelgenomen aan een pensioenregeling. Zelfstandigen hebben dit niet automatisch.
Wat je zelf opbouwt via een lijfrenteverzekering, bankspaarrekening, eigen spaargeld of beleggingen. Dit is de enige pijler die je volledig zelf in de hand hebt — en die het verschil maakt als pijler 2 onvoldoende is.
Via mijnpensioenoverzicht.nl kun je een compleet overzicht opvragen van alle pensioenrechten die je hebt opgebouwd — AOW, werkgeverspensioen en lijfrentes die bij verzekeraars zijn geregistreerd. Dit overzicht heet het Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en wordt jaarlijks bijgewerkt.
Wat je op mijnpensioenoverzicht.nl ziet:
Mijnpensioenoverzicht.nl is zo volledig als de aangeleverde data. Korte dienstverbanden bij kleine werkgevers, pensioen opgebouwd in het buitenland of bij verzekeraars die niet zijn aangesloten, kunnen ontbreken. Controleer je overzicht altijd actief en vraag bij twijfel een overzicht op bij het betreffende pensioenfonds of de verzekeraar.
Pensioenkapitaal is vermogen — maar het is niet vrij besteedbaar vermogen. Het verschil is cruciaal voor een eerlijk beeld van je financiële positie.
In de Vermogensvergelijker® staat het opgebouwde pensioenkapitaal aan de activakant van de balans. Maar tegelijk staat er aan de passivakant een belastingclaim. Want over pensioenuitkeringen betaal je later inkomstenbelasting — de belastingdienst heeft als het ware een vordering op een deel van je pensioenkapitaal.
* Het percentage van de belastingclaim hangt af van je verwachte pensioeninkomen en het dan geldende tarief. De Vermogensvergelijker® rekent dit voor jou door op basis van jouw situatie.
Door het pensioenkapitaal netto te tonen — inclusief belastingclaim — geeft de Vermogensvergelijker® een realistisch beeld van wat je pensioen werkelijk waard is. Wie alleen naar het brutobedrag kijkt, overschat zijn vermogen structureel.
De Wet toekomst pensioenen (WTP), in 2023 aangenomen en sindsdien in fases ingevoerd, verandert het Nederlandse pensioenstelsel ingrijpend. De belangrijkste verschuiving: van een uitkeringsovereenkomst (vaste belofte over de hoogte van je pensioen) naar een premieovereenkomst (persoonlijk pensioenvermogen waarvan de uitkering afhankelijk is van het beleggingsresultaat).
Elke deelnemer krijgt een persoonlijk pensioenvermogen. Dat vermogen groeit met ingelegde premies en beleggingsrendement. Hoe je pensioenvermogen zich ontwikkelt, kun je zelf volgen.
De pensioenuitkering is niet meer vast. In goede beleggingsjaren kan de uitkering stijgen, in slechte jaren kan die dalen. Dit geeft meer potentieel rendement maar ook meer onzekerheid.
Veel pensioenfondsen "invaren" bestaande pensioenrechten naar het nieuwe stelsel. De opgebouwde rechten worden omgezet naar persoonlijk vermogen. Of dat voor jou voordelig of nadelig uitpakt, hangt af van de dekkingsgraad van het fonds en je leeftijd.
Lees meer in ons blogartikel over de Wet toekomst pensioenen en het invaren.
Onder het nieuwe pensioenstelsel (WTP) is er een nieuwe mogelijkheid die eerder niet bestond: het eenmalig opnemen van maximaal 10% van het opgebouwde pensioenvermogen als bedrag ineens op de pensioendatum.
Deze regeling — in de wandelgangen het bedrag ineens of de pensioenpot-uitkering genoemd — geeft deelnemers de flexibiliteit om een deel van hun pensioenkapitaal in één keer op te nemen in plaats van het volledig te laten omzetten in een maandelijkse uitkering.
Stel: je hebt op pensioendatum een opgebouwd pensioenvermogen van €200.000. Je mag maximaal €20.000 ineens opnemen. Over dat bedrag betaal je direct inkomstenbelasting — bij een tarief van ca. 37% is dat €7.400. Netto ontvang je €12.600. De resterende €180.000 wordt gebruikt voor een maandelijkse pensioenuitkering, die daardoor iets lager uitvalt dan zonder de eenmalige opname.
De exacte invulling van de 10%-regeling — inclusief de vraag of opname ook na pensioendatum mogelijk is en of er een spreidingsmogelijkheid komt — is op het moment van schrijven (april 2026) nog niet voor alle pensioenfondsen definitief vastgesteld. De WTP geeft de kaders, maar pensioenfondsen hebben enige beleidsvrijheid in de uitvoering. Raadpleeg je pensioenfonds of een pensioenadviseur voor de actuele mogelijkheden in jouw specifieke regeling.
Wanneer is de 10%-opname interessant? Mogelijke toepassingen:
Let op: de eenmalige opname verlaagt je maandelijkse pensioenuitkering voor de rest van je leven. Bereken altijd of de eenmalige baat opweegt tegen het structurele verlies aan maandinkomen.
Het nabestaandenpensioen keert uit aan je partner als jij overlijdt — vóór of na pensioendatum. Onder de WTP is de systematiek veranderd: partnerpensioen vóór pensioendatum is voortaan een risicodekking (op basis van het pensioengevend salaris) en geen opbouwdekking meer. Dat betekent dat het partnerpensioen niet meer meestijgt met je opgebouwde vermogen. Bij wisseling van werkgever vervalt het risicopartnerpensioen bij de oude werkgever. Check bij elke baanwissel of je partner nog voldoende is verzekerd.
Het wezenpensioen keert uit aan kinderen (tot een bepaalde leeftijd, doorgaans 21 jaar) als een of beide ouders overlijden. De hoogte varieert per regeling. Onder de WTP is het wezenpensioen gestandaardiseerd op minimaal 20% van het pensioengevend salaris. Volle wezen (beide ouders overleden) ontvangen doorgaans het dubbele.
Veel pensioenregelingen kennen twee aanvullende voorzieningen bij arbeidsongeschiktheid: een arbeidsongeschiktheidspensioen (een uitkering bovenop de WIA) en een premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid (de pensioenpremie wordt voortbetaald door het pensioenfonds of de verzekeraar, zodat je pensioenopbouw doorloopt ook als je geen loon ontvangt). Controleer in je pensioenreglement of jouw regeling deze voorzieningen kent — en of de dekking voldoende is naast een eventuele WIA-uitkering.
Zoals uitgelegd in het artikel over AOW en ANW geldt de ANW-uitkering niet voor iedereen. Voor de meeste werkenden zonder jonge kinderen is het ANW-gat reëel: als je partner overlijdt, ontvangen zij geen ANW.
Veel pensioenfondsen en werkgevers bieden hun deelnemers de mogelijkheid om een ANW-hiaatverzekering af te sluiten — collectief en daardoor vaak tegen een gunstig tarief. Er zijn twee varianten:
Controleer of jouw werkgever of pensioenfonds een ANW-hiaatverzekering aanbiedt. Is dat niet het geval, dan is een individuele ANW-hiaatverzekering via een verzekeraar een alternatief. Lees meer op de pagina verzekeringen.
Wil je eerder stoppen met werken dan de AOW-leeftijd van 67 jaar? Dan heb je te maken met een overbruggingsperiode: de jaren tussen je gewenste pensioendatum en je AOW-datum. In die periode ontvang je nog geen AOW — je bent volledig afhankelijk van je werkgeverspensioen, lijfrente of eigen spaargeld.
Je wilt stoppen op je 63e. De AOW-leeftijd is 67. De overbruggingsperiode is 4 jaar. Stel je hebt een netto gewenst pensioeninkomen van €2.500 per maand. Dan heb je in de overbruggingsperiode nodig:
Eerder stoppen heeft bovendien een dubbel effect op je pensioen: je bouwt minder op (je werkt korter) én je hebt het langer nodig (je leeft meer jaren van je pensioen). Het verschil in benodigde pensioenpot tussen stoppen op 63 en stoppen op 67 kan oplopen tot tienduizenden euro's.
Pensioenuitkeringen vóór de AOW-leeftijd worden belast in box 1 — inclusief de volledige premies volksverzekeringen. Na de AOW-leeftijd betaal je geen AOW-premie meer, waardoor het tarief in de eerste schijf fors lager is (ca. 19,17% in plaats van 35,82%). Vroegpensioenuitkeringen zijn daardoor relatief zwaarder belast dan AOW-leeftijdpensioen.
Je hoeft niet per se op de AOW-leeftijd met pensioen. Je kunt ook langer doorwerken — en daarmee je pensioenuitkering verhogen. Pensioenfondsen bieden meestal de mogelijkheid om de pensioendatum uit te stellen, doorgaans tot maximaal vijf jaar na de standaard pensioendatum.
Wat levert later stoppen op?
Veel pensioenfondsen bieden de mogelijkheid van deeltijdpensioen: je gaat minder werken en laat een deel van je pensioen ingaan, terwijl je het andere deel verder opbouwt. Dit is een elegante tussenvorm voor wie de overgang naar volledig pensioen geleidelijk wil maken — zowel financieel als qua levensstijl.
Bij pensionering verandert je inkomen structureel. Dat heeft gevolgen voor je hypotheek — zowel voor de betaalbaarheid als voor de fiscale behandeling.
Lees meer op de pagina hypotheekadvies.
Pensioenuitkeringen zijn belastbaar inkomen in box 1. Over alle uitkeringen — AOW, werkgeverspensioen, lijfrente — betaal je inkomstenbelasting. Dat is de keerzijde van de belastingvrijstelling die je tijdens de opbouwfase hebt genoten: je premies waren aftrekbaar, maar de uitkeringen zijn belast. Dit heet het EET-systeem: Exempt (vrijgesteld bij inleg), Exempt (vrijgesteld tijdens opbouw), Taxed (belast bij uitkering).
Na de AOW-leeftijd is het tarief in de eerste schijf lager — omdat je geen AOW-premie meer betaalt. In 2026 bedraagt het tarief voor AOW-gerechtigden in schijf 1 ca. 19,17% in plaats van 35,82%. Bij hogere pensioeninkomens kun je in de tweede schijf (37,48%) of zelfs de derde schijf (49,50%) terechtkomen.
Lees meer over de belastingschijven in het artikel over inkomstenbelasting.
Met pensioen gaan is geen automatisch proces — het is een financieel vraagstuk dat jarenlange voorbereiding vraagt. Wie op tijd inzicht heeft in zijn opgebouwde pensioen, zijn verwachte behoeften en de gaten daartussen, kan bijsturen. Wie wacht tot vlak voor pensionering, heeft weinig opties meer.
De Vermogensvergelijker® brengt je pensioenkapitaal inzichtelijk op de balans — inclusief de belastingclaim aan de passivakant. Zo zie je wat je pensioen werkelijk waard is, hoe lang het meegaat en of er aanvulling nodig is.
Met De Vermogensvergelijker® breng je je pensioenkapitaal inzichtelijk op de balans — inclusief belastingclaim — zodat je ziet wat je pensioen werkelijk waard is en of er aanvulling nodig is.
Bekijk de pakketten van De Vermogensvergelijker®Wil je meer weten over eerder of later stoppen, de 10%-opname, pensioen en hypotheek of je totale pensioenplanning? Plan hieronder gerust een gratis gesprek van 15 minuten.
Plan een gratis gesprek